donderdag 18 mei 2017

Een eenvoudige visser


Ik heb naar vandaag(9 mei) uitgekeken. Gewoon, om te penvissen op karper. Het is wel een aparte visserij zo af en toe: eerst wachten totdat mijn dochters naar school gaan en dan kan ik zo rond 8:50 starten met voeren. Dit zijn vreemde tijdstippen om te starten, want voor wat betreft mijn visserij kan het mij niet vroeg genoeg. Ach, we nemen het maar zo als het is.

Voor vandaag was er een fijne temperatuur voorspeld, maar ook perioden met regen. Zoals ik wel eens eerder heb verteld, vind ik het weerbeeld niet eens zo belangrijk maar de temperatuur wel! Mijn regenpak gaat mee en dat was geen overbodige luxe…
Als ik in de polder arriveer, m’n autootje uitstap en die heerlijke mestlucht opsnuif, dan merk ik pas hoe kalm ik ben. Ik ga me niet haasten en ik neem mij voor dat de tijd niet tegen mij gaat werken. Sterker nog, ik ga gewoon niet op de tijd letten.
Ik kijk een beetje in het rond. Langs het water en richting de lucht. Het lijkt erop alsof er regen aankomt. Ik besluit mijn regenpak maar vast aan te trekken. Zo hoef ik meteen minder mee te zeulen.
De duiker deelt het water in tweeën. Dit komt omdat er aan 1 kant van de duiker een metalen rooster de ingang verspert. Aan de ene kant zie ik regelmatig dikke golven vanuit de kant komen. Steeds op verschillende plekken. Ik krijg het idee dat de karpers nu iets anders aan hun hoofd hebben. Toch maak ik een drietal voerplekken rond deze kant van de duiker. De andere kant op kan ik heerlijk over het weiland slenteren en ik maak vier voerplekjes, op ruime afstand van elkaar. Denk aan gemiddeld 50 meter tussen elke stek. Op de plekken direct rond de duiker heb ik met grover aas gevoerd. Op de plekken waar minder stroming staat heb ik met fijn spul gevoerd. Gewoon, een testje voor mezelf.

Na het voeren loop ik terug naar de eerste, aangevoerde stek en de eerste, dikke druppels komen al neer op mijn capuchon. De hengel wordt opgetuigd, het aas gaat aan de hair, het schepnet wordt uitgeklapt, het aas dwarrelt naar de bodem en de pen staat perfect. Weinig stroming(relatief gezien op deze stek) en weinig wind. En het regent warm water…
Op het nieuws hadden ze het over ‘enkele’ buien, maar hier blijft het regenen tijdens mijn gehele sessie. En hard ook. De karper schijnt zich er niets van aan te trekken. Na enkele malen de voerstekken bezocht te hebben richting het weiland en twee keer misgeslagen te hebben, ga ik mij weer op de voerstekken rond de duiker zelf concentreren. Het metalen rooster houdt al het drijfvuil tegen, wat normaliter zo door de duiker heen stroomt. Een prachtige schuilplek voor karper en ander vis, want het is echt een flink pak drijfvuil. Mijn pennetje wordt er weer tegenaan geplaatst en ik schenk mezelf maar weer eens een bak koffie in. Onderwijl naar elke vorm van activiteit van karper speurende.

Langzamerhand wordt de stroming sterker en wordt mijn pennetje driftig tegen het drijfvuil gedrukt. Het rode puntje wordt steeds moeilijker te traceren doordat de stroming de pen onder wilt duwen. En dan gebeurt het: de pen is opeens niet meer zichtbaar, het nylon strekt zich als een bezetene, ik sla aan. Een klap op de hengel en een vis die er vandoor snelt. De beker met koffie is, natuurlijk, weer omgevallen. Eventjes sta ik te drillen, als de vis zich snel laat zien. Het lijkt op een verwilderde schub. Een vis die ik hier nog niet gevangen heb. Na een minuut of vijf ligt de snelheidsduivel op de mat. Duidelijk zie ik verwondingen van de paai. De vis gaat snel weer het water in.
Toen ik hier vanmorgen begon te vissen, dacht ik al dat de paai zijn intrede had gedaan. Dit kon je merken door de vele kringen die uit de kant kwamen en vissen die achter elkaar aan zwommen. Maar goed, ik was hier dus nog niet zo zeker van. Wel bedacht ik mij toen direct dat er waarschijnlijk niets gevangen zou worden. Het liep dus toch anders.


Na deze vangst strooi ik wat voer bij en ga weer richting weiland. Een heerlijke wandeling door het hoge, malse en natte gras. Maakt me niets uit, want ik heb uitstekende, nieuwe wandel/trekkingschoenen gekocht. En wat hebben zij hun dienst bewezen vandaag! Echter, aan deze kant van het water is geen karper te bekennen. Ik zie geen activiteit op en rond mijn voerplekjes. Ook niet als ik gewoon het water afspeur naar activiteit op zich. Goed. Met nog een uur tijd(ik moest wel nu, want de jongste komt dan thuis van school…) besluit ik mij volledig op en rond de duiker te concentreren aangezien daar de meeste activiteit te vinden is.

In de volle regen plaats ik mijn pennetje tegen een rietstengel aan. Tijd om te zitten is er nauwelijks; het pennetje stijgt wat, zakt weer terug en gaat er dan vandoor! Ik sla aan en een woeste vis heeft een even zo woeste uithaal. Links van mij begint er al een flink lelieveld te ontstaan. De vis wil daar duidelijk naar toe. Als een vis eenmaal een obstakel dicht in de buurt heeft ‘geroken’, dan zetten ze vaak nog een extra versnelling bij. Ook deze vis doet dat, en de hengel krijgt flinke klappen te verduren. Als een bezetene schiet de vis van oever naar oever. Bijna stuurloos lijkt de vis wel. Gelukkig is mijn materiaal in perfecte staat en dit zorgt ervoor dat ik de verschillende uithalen enigszins met een hart gerust kan pareren. Ik hoef ook niet bang te zijn voor lijnbreuk.
De oever waar ik op sta te drillen is redelijk hoog. De brandnetels staan ook hoog… De vis is klaar om geschept te worden en ik glijd onderuit, met mijn handen vol in de brandnetels. Dit heb ik al zo vaak gehad, dat het onderhand routine is geworden om ook dan de hengel en het nylon onder spanning te houden. Vanaf een afstand bekeken lijkt me dit wel een komisch gezicht.
De vis ligt op de kant en het is echt zo’n strijder. De vinnen worden constant aangespannen en als ik de vis aanraak, dan spant de vis elke spier aan in het lichaam. Blijkbaar nog niet klaar met ‘vechten’. Het is een trotse vis, maar ook puntgaaf! Snel enkele foto’s en weer veilig het water in.
Een 'Stoere Ridder...'

Ik besluit hierna naar het pakket drijfvuil te gaan, de oever tegenover mij. Na een minuut of tien krijg ik het idee dat ik op die voerplek geen vis meer ga vangen. Ik trek mijn stoute schoenen aan en loop weer terug naar de plek van de gevangen, ‘Stoere Ridder’. Feitelijk ligt mijn pennetje een kwartier na vangst weer op dezelfde stek. Ik verwacht niets, maar goed, ik heb nu nog zo’n 15 minuten te vissen.
De pen ligt weer naast de rietstengel, maar niet voor lang! Direct is er weer interesse in het aas. Het pennetje ‘huppelt’ een beetje en gaat dan langzaam onder. Ik haak een hoogzwangere dame. Een logge, trage dril volgt, maar komt al binnen vijf minuten tot een eind. Het is wel de grootste van de dag. De haak is er zo uitgewipt. Even bewonderen, twee foto’s maken. De onthaakmat wordt erbij gepakt om deze vis weer netjes terug het water in te kunnen zetten. Ik controleer of de borstvinnen goed gevouwen zijn, de onthaakmat klap ik dicht en ik loop naar een plek waar ik de vis makkelijker via de onthaakmat het water in kan laten glijden. Toch nog drie vissen weten te vangen. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht.
Ik ben maar een eenvoudige visser…



Groet,

Dale


woensdag 10 mei 2017

Tanden bijten in de polder

De dag dat ik wilde gaan penvissen, moest ik helaas aan mij voorbij laten gaan door verschoven, sociale verplichtingen. Niet dat dat erg is, maar de temperatuur op die ene dag was wel erg fijn voor mij en de vissen. Goed, het wordt dus een dag later waarbij de temperatuur minimaal 4 graden lager uitviel en de wind naar windkracht 5 zou aansterken. Ook geen probleem, maar in de polder wordt het dan al gauw erg frisjes. En voor mij, als 'Opperkoukleum... Nou ja, vul de rest zelf maar in.

Ik maak twee voerplekken bij een duiker. De ene kant staat vol op de wind en de andere kant ligt enigszins in de luwte. Vorig seizoen heb ik hier gevoerd met tarwe en ging daar dan bovenop vissen met grover aas. Dat resulteerde in gevangen roofvis. Ik denk dat de tarwe toen veel klein vis aantrok, waarop de snoek en snoekbaars hun kans zagen. De tarwe laat ik nu links liggen...

Door de wind is het lastig mijn pennetje secuur te positioneren. Tevens bemerk ik dat er een stevige onderstroming staat, die lijnrecht tegenover de windrichting staat. Geen probleem, maar het maakt het allemaal wat uitdagender. Het pennetje staat prima. De luwe kant van de duiker levert enkel wat kleine tikken op de pen op. Uit ervaring weet ik dat dit zeker karper kan betekenen op deze plek. Helaas, geen aanbeet. Ik wandel naar de andere kant van de duiker. De kant waar de wind vol op staat te blazen en waar een flinke pakket drijfvuil zich verzamelt. Al gauw danst het pennetje tussen de woeste golven, maar rustend tegen de rand van het drijfvuil.

Drijfvuil...


Zeer spannend, want hoe vaak gebeurt het niet dat je pennetje weg flitst in zo'n situatie? Ik blijf dan ook uiterst scherp en laat mijn oog niet van het pennetje afleiden. Ja, de pen schiet onder! Maar komt ook snel weer boven. Ik vermoed een lijn zwemmer. Ik zie een rechtopstaande, dorre rietstengel tussen het drijfvuil en deze wordt beroerd door een vis. Uit het niets een bellenplakkaat naast mijn pen. En dan schiet de pen weer onder. Ik wacht totdat mijn nylon lijn gaat 'lopen' en sla dan pas aan. Een karper wordt gehaakt. De karper blijft eerst rondjes onder mijn top draaien. Dit voelt als een mooie vis. Dan rukt de vis, zonder waarschuwing, een flink aantal meters van de molen. Bonkende, agressieve halen en de vis heeft op een meter of 15 afstand een lichte obstakel gevonden. Geen beweging meer, maar ik zie het water daar kolken. De vis zit er nog aan. Ik besluit mijzelf te herpositioneren om de vis en mijn nylon vrij te krijgen van de obstakel(s) onder water. Dit lukt en de vis komt gedwee terug. Ik zie de flank van de vis en het is een machtig apparaat! Scheppen maar. Wel zie ik dat de borstvinnen wat onderontwikkeld zijn. Een karper van 79 cm. ligt kort op de kant voor enkele foto's en gaat daarna snel weer het water in. Een glimlach kan ik niet onderdrukken.
Krijg de foto niet gedraaid...


Na deze vangst ga ik weer naar de andere kant van de duiker. Tussen de jonge, opkomende leliebladeren voor mijn voeten, zie ik een vis rondschuiven! Leliebladeren op verschillende plekken worden beroerd door die vis en de zwemroute. Helaas is deze vis ook snel weer weg. Te snel om er mijn aas bij te leggen. Mijn pennetje ligt voor de ingang van de duiker, Weer op een richel van ondiep naar diep(er). Ik hoef niet lang te wachten, want de pen duikt weer furieus weg. Ik sla te vroeg aan.

Regen...
Ik schenk mezelf nog maar een kop koffie in en duik diep weg in de kraag van mijn jas. Wat giert de wind hier over het weiland. Ik twijfel eventjes over het opzoeken van een andere stek, maar de tijd dringt en de wind heeft daar nog meer vrij spel. Ik besluit het hier nog even uit te houden en waarom ook niet? Er is genoeg activiteit. Maar die activiteit stroomt langzaam weg met de steeds sterker wordende stroming en harde wind. Gelukkig! Het begint ook te regenen en mijn handen beginnen alweer te tintelen. Kan mij het ook schelen. De buit is eigenlijk al binnen en ik besluit te stoppen. Volgende keer weer nieuwe kansen!

Groet,

Dale

woensdag 5 april 2017

De richel.

Ik loop voorzichtig langs de waterkant, op zoek naar opvallende stekken. Stekken die bezocht worden door karper. Kleine handjes voer gaan hier en daar het water in. Als ik mij niet vergis dan zie ik af en toe activiteit van karper. Ze verraden zichzelf door de lome boeggolf die met enige regelmaat over het water rolt. Misschien komt dat wel doordat ik mezelf juist verraad met mijn aanwezigheid, maar vluchten doen ze niet. Ze lijken juist te genieten van de uitbundig schijnende zon. Ik geniet eigenlijk wel mee....
Het pennetje staat scherp afgesteld bij de duiker. Het aas ligt op een richel van ondiep naar dieper water. De juiste plek, zo blijkt, want al snel zakt de pen onderuit en zwemt dieper en dieper weg, tegen de stroming in. Ik wacht tot ik mijn uitstaande lijn zie strekken en dan sla ik aan.
De gehaakte karper weet niet wat zich overkomt en komt al snel naar de oppervlakte. Ik houd de vis daar dan ook. Na enkele minuten kan ik de vis al scheppen. Geen enkel moment heeft de slip van de molen het werk hoeven overnemen van de hengel en het nylon.

Een mooie polderschub is weer even voor mij.


Puntgave bek...
Groet,

Dale

woensdag 29 maart 2017

Ruimte in het koppie

2017 is dramatisch begonnen met betrekking tot mijn/ons privéleven. Hierdoor bleek er nog maar weinig ruimte in mijn hoofd voor ontspannende zaken. Langzaam aan vind ik weer wat ruimte…

28-3 zou mijn allereerste sessie van 2017 worden. De verwachte temperatuur van 17 graden kan ik natuurlijk niet aan mijn neus voorbij laten lopen.
Om 6:00 ga ik uit bed en doe kalmpjes aan. Voordat het visseizoen van 2016 eindigde voor mij, had ik mijn materialen al op orde gebracht voor het nieuwe visseizoen. De belangrijkste verandering in mijn materiaal is een nieuwe nylonlijn. Deze is 5/100e dunner dan mijn favoriete merk, maar wel met dezelfde trekkracht. Iets waar ik lang naar gezocht heb, want het vertrouwen in mijn favoriete lijn is immens groot. Maar het moest gewoon dunner kunnen…
Als ik mijn spullen naar de auto breng, schrik ik een beetje van de kou. Het heeft gewoon licht gevroren en ik moet de voorruit krabben! We zien het allemaal wel.
7:15 arriveer ik op de eerste stek. Dit betreft vooral een duiker en wat in de directe nabijheid liggende, ondiepere stukken. Zo kan ik twee kanten op. Helaas zie ik dat aan de zonkant van de duiker een metalen rek voor de duiker ligt. Ik voer er toch maar wat, evenals aan de andere kant.
De zon doet z’n best, maar de duiker blijft in de schaduw. Het water warmt nu niet zo snel op als gehoopt. Na een uurtje pennen en geen activiteit, buiten snoek, besluit ik een andere stek op te zoeken. Een stek waarvan ik zeker weet dat deze nu al in de zon ligt, maar die ik eigenlijk wat minder wil gaan bezoeken in vergelijking tot vorig jaar.
Hier ligt de duiker vol in de zon en mijn vertrouwen groeit iets. Ik strooi op drie plekken een klein handje voer. Ik knip mijn onderlijn eraf om mijn pennetje opnieuw uit te loden. Omdat ik geen lood meer gebruik, gebruik ik nu twee andere manieren. Of ik plaats twee stuitjes onder de pen en vouw hier wat tungsten putty omheen, of ik gebruik de Korda tungsten putty, wat al gewicht heeft en vouw hier ook weer putty omheen om de pen af te stellen. Door de stuitjes (of de Korda) blijft het tungsten prima op z’n plek, maar is ook nog eens makkelijk te verschuiven op de lijn.
Het pennetje gaat direct voor de duiker het water in, tezamen met drie maiskorrels op de hair. Ondertussen houd ik wat verdorde, dunne rietstengels in de gaten, want ik dacht er beweging in te zien. Overigens is er in het algemeen op deze stek al veel activiteit te zien. Ik zie aasbellen nerveus verplaatsen, een snoek spring uit het water op nog geen meter bij me vandaan. Ik schrik me het apenzuur….
Opeens verdwijnt mijn pen de diepte in. Ik wil aanslaan, maar het pennetje komt weer omhoog. Ik vermoed een lijnzwemmer. Hier blijft het ook bij. Van een afstand zie ik weer aasbellen mijn kant opkomen. Ik probeer de baan te bepalen en strooi een klein handje voer. Uiteindelijk arriveren de aasbellen op mijn compacte voerplekje en ik plaats de pen er voorzichtig bij. De pen stijgt direct een paar centimeter, draait een cirkeltje en vertrekt dan de diepte in. Mijn hart slaat over en ik sla aan. De eerste, grote brasem van 2017 is gehaakt. Een kleine teleurstelling.
Ik besluit het voerplekje te bezoeken welke ik in een ondieper gedeelte had gemaakt. Hier zie ik geen vis, maar in de buurt zie ik een enorme bellenplakkaat, vergezeld van een modderwolk. Deze verplaatst zich ook snel en ik vermoed dat een karper hier de oorzaak van is. Zeer grote bellen verschijnen aan de oppervlakte en mijn hartslag verhoogt weer enorm. Ik begin te trillen van de spanning! Ik plaats mijn pennetje in de baan van de vis, moet een paar keer verplaatsen, maar dan lijkt de vis het aas gevonden te hebben. De pen stijgt, zakt, stijgt, wordt een stukje meegenomen en verdwijnt daarna onderwater. Ik sla aan, maar mis…. Ik brul een scheldwoord. De vis vlucht weg en de kans is verkeken.
De ochtend vordert en het einde van mijn vissessie is in zicht vanwege andere verplichtingen. De zon schijnt uitbundig en ik weet nu dat de zon volop het water opwarmt bij de duiker waar ik vanmorgen begon. Ik besluit het daar nog een uurtje te gaan proberen. Spullen inpakken en weer met de auto op weg.
Als ik arriveer bij de duiker, word ik blij. Het water staat stil en de zon schijnt vol op de betonnen wand bij de duiker. 

Vol in de zon...


Voorzichtig plaats ik de pen tegen de wand aan. Al snel is er interesse in het aas. De pen krijgt een tik. Opeens zie ik het water flink wellen op een meter of twee van mijn pennetje. Een vis is op de voerstek beland en ik houd mijn adem in, hengel in de hand. Ja! De vis heeft het aas gevonden, lijkt er nog wat mee te ‘spelen’ maar dan vertrekt de pen toch echt de diepte in. Ik kan de pen zien versnellen onderwater. Ik geef de hengel een haal. Ik haak een blok beton, zo voelt het.
Ik weet dat ik een karper heb gehaakt. Langzaam komt de vis in beweging, maar ‘mokt’ ontzettend. Blijft op de bodem en zwemt diep zijn/haar rondjes. Af en toe parkeert de vis zich op de bodem en houdt daar dan halt, om na enkele seconden weer verder te zwemmen. Uiteindelijk kan ik de vis in mijn schepnet slepen. Ik ben een beetje verbaasd, want het is een prachtige, dikke schub! Puntgaaf. 


Een gouden vangst...

Deze karper, als eerste in 2017, is een gouden vangst. De haak zit keurig in de onderlip. Ik maak snel wat foto’s op de kant en binnen enkele minuten zwemt de vis weer rond. 74 cm, 15 pondjes. Geen gedoe. En nu snel naar huis, hengel schoonmaken. Weer wachten tot de volgende vissessie 😉.

Groet,


Dale

zondag 30 oktober 2016

Fris

Vorige week dinsdag heb ik anderhalf uur gevist. Het was toen 9 graden, maar in de polder was de gevoelstemperatuur 6 graden vanwege de snijdende en koude wind.
Ik had twee voerplekjes gemaakt rond een duiker, maar ik merkte bij mezelf dat het gevoel van vertrouwen behoorlijk weg was gezakt. Het was een ook een grijze, grauwe dag en bij mij begint dan een melancholische stemming de overhand te nemen. Zwaarmoedig zelfs...

Grijs en grauw, verdorde bladeren, de wolken worden voortgejaagd door de harde wind. Dode rietstengels, dode leliebladeren. Koude handen, koude voeten. Diep verscholen in de hoge kraag van mijn jas. Blazend in mijn handen zit ik naast mijn hengel. De wind veroorzaakt een hoge fluittoon, tezamen met een bewegwijzeringspaal. De paal schudt wat heen en weer en het geluid doet mij denken aan de mast van een zeilboot, waarbij het touw tegen de mast 'klingt'...

De pen zakt weg, maar ik sla een gat in de lucht. Duidelijk een aanbeet. Maar mijn handen kunnen die koude wind niet meer aan. Na anderhalf uur houd ik het voor gezien.

De hengels gaan in het vet, de schaakstukken komen tevoorschijn.
Tot in het nieuwe jaar!!

Groet,

Dale

dinsdag 27 september 2016

Three in a row



Three in a row.


De dagen dat ik vrij heb, moet mijn vriendin vaak werken en de kinderen naar school. Ik kan dan niet zo vroeg gaan vissen dan dat ik graag zou willen. Ik stel dan ook mijn verwachtingspatroon wat bij, want normaliter is om 9:00 beginnen met vissen niet het meest ideaal. Aan de andere kant zorgt het ervoor dat ik iets meer ontspannen langs de waterkant ‘zit’. Dit omdat ik natuurlijk iets minder verwacht van de vangst. 
De kinderen zijn naar school en ik rijd met mijn autootje al slalommend tussen fietsende scholieren door richting ‘mijn’ stek. De rit naar deze stek toe is geen straf. Het is een mooi lintdorp, voorafgaand door smalle wegen dwars door de polder. Open landschap.

Kalmpjes aan pak ik het voer uit de auto. Mijn hengelspullen haal ik er ook alvast uit, maar leg ik in de graskant waar het gras en brandnetels behoorlijk hoog staan. Ik wil niet dat, na mijn voerrondje, de vissen schrikken van dichtslaande deuren van de auto, omdat ik mijn hengelspullen nog moet pakken. Ik observeer hier en daar en strooi ook wat voer hier en daar. Open plekken tussen de lelies, wat losse rietstengels in het water een duiker en een vuilbalk hebben mijn voorkeur. En dus ook mijn aandacht. Zo heb ik al vrij vlot vier voerplekken gemaakt. Allen voorzien van twee kleine handen voer. Hoewel de temperatuur gunstig wordt vandaag, voel ik toch dat de lucht wat ijler wordt. De leliebladeren vertonen ook al wat bruine randen langs het blad. Tijden veranderen. Of, eerder gezegd, het seizoen verandert.
Mijn hengel tuig ik zorgvuldig op; nog een laatste keer de haakpunt controleren. Nog een laatste keer het nylon controleren op oneffenheden, voordat ik de oersterke karper ga belagen. Ik schuif een stuitje onder de pen. Hier kneed ik wat tungsten putty omheen. Het gebeurt mij te vaak dat ik tijdens een dril loodhagels verlies. De pennetjes die ik gebruik in combinatie met de situatie, zorgen ervoor dat ik ontzettend licht kan vissen. Ondanks een stevige stroming.
Het pennetje ‘staat’ op ongeveer 0,2 gram. Door mijn onderlijn te verbinden met een lichte wartel aan mijn hoofdlijn, zinkt de montage. Ik stel de montage zo af dat er nog zo’n 3 tot 5 mm van het oranje/rode puntje van de pen boven het wateroppervlak uitsteekt. In mijn beleving vis ik op deze manier uiterst scherp. Door mijn haak vast te zetten aan het eerste oog van mijn hengel en het tellen van de ogen vanaf het tweede deel van mijn hengel, kan ik de pen precies op de juiste diepte zetten van de stek waar ik begin. Langzaam laat ik het zaakje in het water zakken voor de duiker. De stroming neemt mijn pen mee tot net voor de ingang van de duiker. Ik rem af. Het pennetje blijft net zichtbaar. En nu maar hopen dat het pennetje niet te lang zichtbaar blijft.
Getuige het feit dat de pen af en toe wegzakt, merk ik dat er vis is. Voorheen sloeg ik hier veel aan op lijnzwemmers. Ook nu zijn er weer enkele lijnzwemmers, maar ik heb ervaring opgedaan en sla bij die duiker niet zomaar aan. De pen moet echt vertrekken voordat ik aansla. Eerder heeft geen zin. Dit komt door de stevige stroming die er bij de duiker staat en de vissen die flink met hun vinnen aan het werk zijn. Valsgehaakte vis vangen is hier niet moeilijk…
Helaas komt er geen aanbeet die volledig doorzet bij de duiker en ik schuifel dan ook behoedzaam naar de voerstek die tussen wat losse rietstengels is gemaakt. Rietstengels die af en toe opzij worden gedrukt! Meteen stijgt mijn hartslag tot onmetelijke hoogten. Als ik dan ook nog eens op een dikke ‘bruisplakkaat’ word getrakteerd, is het feestje compleet. Snel stel ik de diepte opnieuw in en plaats ik de pen voorzichtig tussen de rietstengels. Shit, iets te ondiep afgesteld. Ik haal de boel voorzichtig weer omhoog, maar mijn onderlijn blijft op zo’n halve meter boven het water in een rietstengel hangen. Nogmaals ‘shit’! Voorzichtig trek ik de boel op spanning en gelukkig krijg ik het zaakje los. Maar mijn lijn wikkelt zich wel enkele malen om de top van mijn hengel. Behoorlijk in de war en in de knoop.
Ik kijk naar het water en de vis zit er nog steeds. Lijkt zich van geen kwaad bewust. Het lukt me om alles uit de knoop te halen. Ik controleer de haakpunt weer en het nylon: alles nog in orde. Het pennetje schuif ik iets meer omhoog en plaats het aas weer tussen de rietstengels. Onmiddellijk begint de pen te ‘waggelen’. Ik wacht af, maar na een minuut of vijf wordt het stil. Hmmmm, heeft de karper toch onraad geroken? Ik wil een kopje koffie inschenken en wend mijn blik van de pen af. Op het moment dat ik wil inschenken werp ik toch weer een blik op de pen en zie deze de diepte induiken. De thermosfles en dop krijgen vliegles. Ik sla aan op een felle krachtpatser. Niet groot, wel fijn. Na het terugzetten drink ik eerst maar eens een kop koffie…

Niet groot, wel fijn...
Hierna leg ik de hengel even terzijde en ga ik de andere voerstekken bekijken. Geen activiteit bij de vuilbalk, geen activiteit tussen de lelies. Ik speur nog eventjes rond op andere plekken tussen de lelies. Plekken waar ik niet gevoerd heb. Ik kan geen activiteit vinden. Dan ga ik toch maar weer bij de duiker proberen. En het gaat razendsnel. De pen heb ik amper scherp staan, of deze zakt enkele malen wild onderwater. Na de derde keer blijft de pen weg en zie ik hem onderwater versnellen. Ik sla aan. Een prachtig gekleurde karper heb ik aan de haak. Beduidend groter dan de vorige! Het lukt me om de vis hoog in het water te houden en daardoor kan de vis er geen sprint uitpersen. Alleen maar beter met dat lelieveld recht voor mijn neus. Tijdens het drillen krijg ik vaak een koud water douche door de staart van de karper. Binnen drie minuten ligt de vis op de kant. Echt even de tijd nemen om te bewonderen. Puntje gaaf! Zeer tevreden zet ik de vis weer snel in het water.

Puntje gaaf...
Na deze vangst loop ik naar de vuilbalk. Inmiddels doet deze balk echt z’n naam eer aan. Allerlei troep wordt opgehouden door de balk. Ik zie een open plekje tussen het vuil en daar plaats ik mijn pennetje. Al snel bijna niet meer te zien door het groene kroos en ander spul. Ik moet flink turen om nog iets te zien. Ik dacht toch even te zien dat er beweging in het pennetje zat… Ja, toch!

Ja, toch...!

De pen duikt onder, ik wacht totdat ik mijn lijn zie ‘lopen’ en sla dan pas aan. Het werkt. Ik haak weer een mooie karper. De karper sprint onder de balk door. Ik duw mijn top onder water zodat mijn nylon de balk niet raakt en de vis komt langzaam maar zeker weer in het veilige gebied. Dik tevreden schep ik weer een mooie karper. In anderhalf uur tijd drie karpers. Wie zegt dat laat beginnen niet loont?
Tussen 10:00 en 11:30.

Groet,
Dale

zondag 11 september 2016

karper winst



Voor het verslag verwijs ik je door naar het blog van Hans Koeslag; http://kruimopjekurken.blogspot.nl/2016/09/penvissen-met-dale-tussen-de-mini.html